Onderweg
Subway
Stand behind the yellow line.
Blijf achter de gele lijn.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
Canada
Toronto ligt langs de noordwestelijke oever van het Ontariomeer, met een centrum van torens aan het water.
Engels is de belangrijkste dagelijkse taal, Frans staat op federale borden, en in het vervoer hoor je veel andere talen.
Gewone zinnen uit deze stad: de rit, de toonbank, het eten en de groet.
Onderweg
Subway
Stand behind the yellow line.
Blijf achter de gele lijn.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
De toonbank
Café
A double-double.
Koffie met twee room en twee suiker.
Deze zin is al een hele bestelling. Een langere zin heb je niet nodig.
Eten
Shop
How can I help you?
Waarmee kan ik helpen?
De bestelling wordt opgebouwd uit zulke korte stukken.
De straat
Street
Sorry.
Het spijt me.
Mensen houden deze zin kort. Voor het moment is hij genoeg.
Engels is de taal van de rit, de winkel en de straat.
In Kensington Market, Scarborough, North York hoor je ook Frans, Chinees en Punjabi.
Een eerste dag in Toronto kan op vier zinnen: “Stand behind the yellow line.”, “A double-double.”, “How can I help you?” en “Sorry.”. Elk is al een heel moment.
Een lokaal woord: Double-double. Het betekent Koffie met twee room en twee suiker.
Buurtmarkten verkopen Caribische pasteitjes, dimsum en Midden-Oosterse grills naast Canadese diners.
Metro, trams en bussen vormen de TTC, en GO-treinen reiken tot de buitenwijken.
Je rijdt met de tram langs blokken waar de taal op de winkelborden van straat tot straat wisselt.
| Zin | Betekenis |
|---|---|
| Hello | Hallo |
| Thank you | Dank je |
| Good morning | Goedemorgen |
| My name is… | Ik heet… |
Kies de taal die je wilt leren. Begin in de browser of in de app op je telefoon.
Gratis beginnenEen gemeenschappelijke schaal voor taalniveau, van beginner tot gevorderd.
CEFR is het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. A1 en A2 zijn beginner, B1 en B2 halfgevorderd, C1 en C2 gevorderd. Je kiest het niveau dat past bij wat je al weet.