A1 · Beginner · Spaans · 12 min
Identiteit, plaats en toestand
Het Spaans heeft twee alledaagse werkwoorden die je in het Nederlands vaak met één werkwoord vertaalt. Het ene noemt wie iemand is en zegt hoe laat het is. Het andere plaatst personen en dingen en beschrijft hoe ze op dit moment zijn.
Wat je oefent
- Gebruik ser voor identiteit, herkomst, een beroep en de kloktijd.
- Gebruik estar voor waar een persoon of een ding is, en voor een tijdelijke toestand.
- Zie het verschil tussen soy aburrido en estoy aburrido.
Uitleg
Identiteit, herkomst, werk en tijd
ser zegt wie iemand is, waar iemand vandaan komt en welk werk iemand doet. Soy Ana geeft een naam. Soy de México geeft herkomst. Een beroepsaanduiding heeft normaal geen un of una: een vrouw zegt Soy profesora, en een man zegt Soy profesor. De kloktijd gebruikt ook ser. Vanaf twee uur staat het werkwoord in het meervoud: Son las tres. Eén uur staat in het enkelvoud: Es la una. Na ser heeft de dag geen lidwoord: Hoy es lunes.
Plaats en de tabel
estar plaatst een persoon of een ding, en het beschrijft een toestand die de zin als tijdelijk voorstelt. Estoy en casa betekent dat je thuis bent. El libro está en la mesa zegt waar een ding is. Estoy cansada, gezegd door een vrouw, betekent dat ze nu moe is. Gebruik ser niet voor die plaats. Soy en casa is niet de zin voor waar een persoon is. De tabel zet deze functies naast elkaar, zodat het werkwoord en de betekenis bij elkaar blijven.
| Betekenis | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Identiteit | ser | Soy Ana. |
| Herkomst | ser | Soy de México. |
| Beroep | ser | Soy profesora. |
| Kloktijd | ser | Son las tres. |
| Plaats van een persoon | estar | Estoy en casa. |
| Tijdelijke toestand | estar | Estoy aburrido. |
Saai en verveeld
Een paar bijvoeglijke naamwoorden veranderen van betekenis met het werkwoord. Leer eerst dit paar. Soy aburrido beschrijft karakter: hij is een saai persoon. Estoy aburrido beschrijft een tijdelijke toestand: hij verveelt zich nu. Een vrouw zegt Soy aburrida of Estoy aburrida, omdat het bijvoeglijk naamwoord bij de persoon past. Het werkwoord kiest tussen karakter en het gevoel van het moment. Het zijn niet twee spellingen van één idee.
Voorbeelden
- Soy profesora.Ik ben lerares.
- Son las tres.Het is drie uur.
- Hoy es lunes.Vandaag is het maandag.
- Estoy en casa.Ik ben thuis.
- Estoy aburrido.Ik verveel me.
Veelgemaakte fouten
- Soy en casa en El libro es en la mesa zetten plaats bij het verkeerde werkwoord. Gebruik estar.
- Deze les plaatst personen en dingen. Waar een vergadering of een feest plaatsvindt, is een ander patroon, en dat leer je hier niet.
Oefening
Je resultaat
Deze les is gratis oefening. Hij levert geen CEFR-certificaat op.
Verder in Surf Language
De app voegt luisteren, herhalen en een langer pad toe. Deze pagina’s blijven gratis.
Vorige les: Geslacht en lidwoordenAlle gratis lessen SpaansVolgende les: Het afgesloten verleden App openen