Onderweg
Métro
Attention à la marche.
Let op de tree.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
Frankrijk
Parijs spreidt zich uit langs de Seine in genummerde arrondissementen, van riviereilanden tot wijken op de heuvel.
Frans is de taal van de metro, de cafés en het stadhuis. De bediening blijft vaak bij vous.
Gewone zinnen uit deze stad: de rit, de toonbank, het eten en de groet.
Onderweg
Métro
Attention à la marche.
Let op de tree.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
De toonbank
Café
Un café, s'il vous plaît.
Eén koffie, alsjeblieft.
Deze zin is al een hele bestelling. Een langere zin heb je niet nodig.
Eten
Boulangerie
Une baguette, s'il vous plaît.
Eén stokbrood, alsjeblieft.
De bestelling wordt opgebouwd uit zulke korte stukken.
De straat
Rue
Bonjour.
Goedemorgen.
Mensen houden deze zin kort. Voor het moment is hij genoeg.
Frans is de taal van de rit, de winkel en de straat.
In Le Marais, Belleville, Montmartre hoor je ook Arabisch, Engels en Chinees.
Een eerste dag in Parijs kan op vier zinnen: “Attention à la marche.”, “Un café, s'il vous plaît.”, “Une baguette, s'il vous plaît.” en “Bonjour.”. Elk is al een heel moment.
Een lokaal woord: Bonjour. Het betekent Hallo. Zeg het vóór de bestelling.
Bistrogerechten, bakkersbrood en kaaswinkels gebruiken korte Franse namen aan de toonbank.
De metro en de regionale treinen gebruiken Franse stationsnamen. De Seine scheidt de linkeroever van de rechter.
Je leest Frans op straatnaamborden en in bakkerijen. Tegen personeel is een beleefd vous de gewone aanspreekvorm.
| Zin | Betekenis |
|---|---|
| Bonjour | Hallo |
| Merci | Dank je |
| Bonjour | Goedemorgen |
| Je m'appelle… | Ik heet… |
Kies de taal die je wilt leren. Begin in de browser of in de app op je telefoon.
Gratis beginnenEen gemeenschappelijke schaal voor taalniveau, van beginner tot gevorderd.
CEFR is het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. A1 en A2 zijn beginner, B1 en B2 halfgevorderd, C1 en C2 gevorderd. Je kiest het niveau dat past bij wat je al weet.