Terug

B1 · Halfgevorderd · Frans · 11 min

Voorwerpsvoornaamwoorden

In de eenvoudige zinnen van deze les staan Franse voorwerpsvoornaamwoorden vóór het vervoegde werkwoord. Je leert deze reeks, de volgorde van twee voornaamwoorden en de ontkennende zin.

Wat je oefent

  • Kies le, la, les, lui en leur voor het voorwerp van het werkwoord.
  • Houd me of te vóór le of la, en die vóór lui.
  • Laat de voornaamwoorden vóór het werkwoord staan, binnen ne...pas.

Uitleg

Lijdend en meewerkend

In deze zinnen staat het voorwerpsvoornaamwoord vóór het vervoegde werkwoord. Een lijdend voorwerp is dat waarop het werkwoord inwerkt: je le vois, je la vois, je les vois. le is mannelijk en la is vrouwelijk. Beide worden l' vóór een klinker: je l'aime. Een meewerkend voorwerp vervangt de persoon na à. je lui parle betekent dat ik met hem of met haar spreek, en je leur parle betekent dat ik met hen spreek. lui dekt beide geslachten. leur krijgt geen s.

Volgorde

De voornaamwoorden me, te, nous en vous werken als lijdend of meewerkend voorwerp: tu me vois, je te parle. In deze mededelingen ligt de volgorde vast. me of te komt vóór le of la, en die vorm komt daarna vóór lui. nous en vous delen de eerste plaats, les de tweede, en leur de derde. Je te le donne betekent dat ik het aan jou geef. Je le lui donne betekent dat ik het aan hem of haar geef. Sla y en en over.

Ontkenning

In een ontkennende zin blijven de voornaamwoorden vóór het werkwoord, binnen ne...pas. Je ne le vois pas betekent dat ik hem niet zie, of dat ik het niet zie. Je ne lui parle pas betekent dat ik niet met die persoon spreek. Twee voornaamwoorden blijven samen op dezelfde plaats: Je ne le lui donne pas. De ontkenning verandert hun volgorde niet. Spraak kan ne weglaten. In geschreven taal houd je ne vóór het voornaamwoord en pas na het werkwoord.

Voorbeelden

  1. Je le vois.Ik zie hem, of ik zie het.
  2. Je lui parle.Ik spreek met hem, of met haar.
  3. Je le lui donne.Ik geef het aan hem, of aan haar.
  4. Je ne le vois pas.Ik zie hem niet, of het niet.
  5. Je te le donne.Ik geef het aan jou.

Veelgemaakte fouten

  • Je lui le donne draait de volgorde om. le komt vóór lui: Je le lui donne.
  • lui betekent aan hem of aan haar. Het vrouwelijke lijdend voorwerp is la, niet een tweede vorm van lui.

Oefening

Beantwoord alle vragen en kijk daarna na. Je kunt lezen waarom een antwoord klopt en de reeks opnieuw doen.

Vraag 1 van 6

Welke zin betekent dat je met één persoon spreekt?

Vraag 2 van 6

Welke zin geeft het aan hem of aan haar in de juiste volgorde?

Vraag 3 van 6

Maak de zin af die betekent dat je hem niet ziet.

Je ne le vois .

Vraag 4 van 6

Je ne le vois pas zet het voornaamwoord na het werkwoord.

Vraag 5 van 6

lui kan aan haar betekenen, en ook aan hem.

Vraag 6 van 6

Koppel elke zin aan de betekenis.

Je le vois
Je lui parle
Je les vois

Verder in Surf Language

De app voegt luisteren, herhalen en een langer pad toe. Deze pagina’s blijven gratis.

Vorige les: Het ⟦imparfait⟧ en de samengestelde verleden tijdAlle gratis lessen FransVolgende les: Betrekkelijke bijzinnen App openen

Begin met de eerste les.

Kies de taal die je wilt leren. Begin in de browser of in de app op je telefoon.

Gratis beginnen