Onderweg
Subway
Stand clear of the closing doors.
Blijf weg van de sluitende deuren.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
Verenigde Staten
New York is vijf wijken rond een haven, met Manhattan als het dichte eiland in het midden.
Engels is de openbare taal van borden, scholen en stadskantoren, en Spaans hoor je veel op straat en in winkels.
Gewone zinnen uit deze stad: de rit, de toonbank, het eten en de groet.
Onderweg
Subway
Stand clear of the closing doors.
Blijf weg van de sluitende deuren.
Dit hoor je als de deuren sluiten of de volgende halte wordt omgeroepen. Het staat ook geschreven, dus een gemist woord maakt de rit niet af.
De toonbank
Bodega
One bagel, to go.
Eén bagel, om mee te nemen.
Deze zin is al een hele bestelling. Een langere zin heb je niet nodig.
Eten
Deli
A regular coffee.
Een gewone koffie.
De bestelling wordt opgebouwd uit zulke korte stukken.
De straat
Street
How you doin'?
Hoe gaat het met je?
Mensen houden deze zin kort. Voor het moment is hij genoeg.
Engels is de taal van de rit, de winkel en de straat.
In Queens, the Bronx, Washington Heights hoor je ook Spaans, Chinees en Russisch.
Een eerste dag in New York kan op vier zinnen: “Stand clear of the closing doors.”, “One bagel, to go.”, “A regular coffee.” en “How you doin'?”. Elk is al een heel moment.
Een lokaal woord: Bodega. Het betekent Een hoekwinkel.
Pizza per punt, bagels en diners staan naast keukens uit bijna elke eetcultuur.
De metro verbindt de wijken onder de straten, met bussen op de avenues en veerboten in de haven.
Op het middaguur deel je het trottoir met kantoormensen en na het donker met straatverkopers.
| Zin | Betekenis |
|---|---|
| Hello | Hallo |
| Thank you | Dank je |
| Good morning | Goedemorgen |
| My name is… | Ik heet… |
Kies de taal die je wilt leren. Begin in de browser of in de app op je telefoon.
Gratis beginnenEen gemeenschappelijke schaal voor taalniveau, van beginner tot gevorderd.
CEFR is het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. A1 en A2 zijn beginner, B1 en B2 halfgevorderd, C1 en C2 gevorderd. Je kiest het niveau dat past bij wat je al weet.